01 januari 1842
Limburgs-Luxemburgs Bondscontingent

Het Limburgs-Luxemburgs Bondscontingent heeft van 1842 tot 1867 bestaan. Op deze pagina leest u alles over het ontstaan, de oprichting, de organisatie, de uniformering en de inspecties van het Bondscontingent.

Ontstaan en oprichting

De splitsing tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden werd op 19 april 1839 bekrachtigd met het Traktaat van Londen (Artikel 4 van het verdrag). Het Hertogdom Limburg en het Groothertogdom Luxemburg werden aan Koning Willem I toegewezen.

Als drager van de Hertogelijke Kroon van Limburg diende Willem I een contingent van ca. 1470 manschappen samen te stellen, bestaande uit 57 Jagers bewapend met jachtbussen en hartvangers; 3 stukken lichte veldartilleriegeschut met 108 artilleristen; 210 cavaleristen; 15 frontpioniers en 1080 gewone infanteristen. Dit contingent moest Willem I ter beschikking stellen aande Duitse Statenbond.

De samenstelling  van het Limburgs Bondscontingent diende te bestaan uit de inwoners van het Hertogdom Limburg (1% van de bevolking), met uitzondering van de inwoners van de Noord Nederlandse vestingsteden Maastricht en Venlo.  Dit was zo bepaald in het Traktaat.

Op 5 september 1839 werd in de stad Frankfurt am Main besloten dat het Hertogdom Limburg en het Groothertogdom Luxemburg tot de Duitse Statenbond zouden toetreden om een bufferzone te vormen tussen Pruissen en Frankrijk. De inwoners van het Hertogdom kregen zowel de Nederlandse als de Duitse Nationaliteit.

Het contingent behoorde tot het 9e Legerkorps van de Duitse bond. Derhalve werd in 1842 een Limburgs-Luxemburgs Bondscontingent gevormd.

image description
artillerie Bondscontingent
image description
Limburgse jagers te paard

Organisatie

Tot dit contingent werden bestemd:

2e Bataljon van het 7e Regiment Infanterie (Jagers te Voet) gelegerd in Maastricht

4e Eskadron van het 4e Regiment Ligte Dragonders (Jagers te Paard) te Roermond

4e compagnie van het 1e Regiment Artillerie ter bediening van een halve batterij te Nijmegen

Een detachement Pioniers van de 4e compagnie Bataljon Mineurs Sappeurs te Nijmegen

Uniformering

De Jagers te Paard kenmerkten zich door een bijzonder uniform, geheel afwijkend van de Nederlandse onderdelen. De broeken waren van lichtblauw laken, de overige kledingstukken van donkergroen met karmozijnkleurige uitmonstering, witte knopen en versierselen. Het Luxemburgs deel van het contingent droeg identieke uniformen en uitmonstering. De Jagers te Voet bleven, vanwege de kosten voor het nieuwe uniform, hun Nederlandse uniformen dragen. Bij het vaststellen van de uniformering en uitmonstering van het huidig Regiment Limburgse Jagers is, qua kleuren en uniformering/uitmonstering, uitdrukkelijk de link gelegd met het Limburgs Bondscontingent.

Vanaf 1950 draagt de Edele Nobele Aghtbaere Jonge Schutterye der Stadt en Vryheyt Vackenborch met trots het uniform van het Limburgs BondsContingent. Dit op verzoek van de heer Chr. Jansen, toenmalig commandant van onze Schutterye en eerste luitenant van het Regiment Limburgse Jagers in Venlo.

Schutterij Valkenburg
Schutterij Valkenburg

Inspecties

De Duitsche Bond voerde regelmatig inspecties uit. In september 1846 kwamen generaals uit Oostenrijk, Pruisen en Baden naar het Limburgs grondgebied voor zo’n inspectie. Voornoemde eenheden werden eind september 1846 bijeen gebracht op de Melicker Heide nabij Roermond voor deze inspectie. De eenheden waren gelegerd in de naaste omgeving. Van deze  inspectie (wapenschouw) is een uitgebreide correspondentie opgenomen in het Limburgs Archief te Maastricht.

Het Limburgs Bondscontingent bleef tot 1867 bestaan. In 1846 werd het bataljon Jagers te Voet teruggetrokken en werden andere Nederlandse eenheden toegevoegd.