04 april 1949
KOUDE OORLOG 1949-1989

oefening West Duitsland

Blik naar het oosten
In 1945 versloegen de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en hun bondgenoten de gezamenlijke vijand Nazi-Duitsland. Vóór de Tweede Wereldoorlog hadden deze landen weinig invloed in Europa. Daarna bepaalden zij grotendeels wat er gebeurde. Tussen de beide machtsblokken liepen de spanningen al snel hoog op. Deze ruzie scheurde Europa in tweeën en daarmee was de Koude Oorlog een feit.

West en oost

Op de grens tussen het 'vrije Westen' en het communistische Oostblok verrees het IJzeren Gordijn. Dit was een hek dwars door Europa. Aan beide kanten bereidden legers zich voor op een oorlog die nooit kwam. De NAVO zat in het westen en het Warschaupact in het oosten.

De oorlog bleef gelukkig uit, maar de plannen lagen wel klaar. De NAVO bereidde zich voor op een aanval uit het oosten. Als het Warschaupact zou aanvallen, moesten parate troepen aan het IJzeren Gordijn de eerste klap opvangen. Intussen zou de rest van de NAVO-troepen in Europa worden gemobiliseerd. Maar de kans was groot dat het 'rode gevaar' in West-Europa niet te stoppen was. Daarom was de hulp van extra Amerikaanse eenheden voorzien. Maar het kostte natuurlijk tijd om die in Europa te krijgen. Tot die tijd moesten de troepen in West-Europa zichzelf redden.

Om tijd te winnen zouden de NAVO-troepen een vertragend gevecht leveren tot aan een meer westelijk gelegen verdedigingslijn. Daar moest worden standgehouden in afwachting van versterkingen. Het gebruik van kernwapens was denkbaar. Dit zou een desastreus effect hebben gehad op alle partijen, inclusief de burgerbevolking.

image description
412 Bataljon Limburgse Jagers
image description
image description
wapenonderhoud 16 BLJ Oirschot

INZET

Deze periode kenmerkte zich door de focus op de verdediging in NATO verband van West Europa tegenover de dreiging van een aanval vanuit het Warschaupact onder leiding van de Sovjet -Unie . Voortdurend werden plannen gemaakt waar Nederland in Noord Duitsland de verdediging zou moeten voeren in een vak . Naarmate de organisatie en de bewapening, zoals de pantsering en mechanisering, veranderde, verbeterde werd de verdedigingsposities aangepast. Ook de dreiging die bij ontwikkelingen in het Warschaupact zich voordeden als de opstanden in Hongarije en Polen in 1956 en Tsjecho-Slowakije in 1968 zorgden voor aanpassingen. Zo werd Nederland verzocht in 1963 troepen te legeren in West Duitsland wat oa resulteerde dat 42e Bataljon LJ in Seedorf werd geplaatst.

Tijdens deze periode werden niet alleen op nationaal niveau oefeningen gehouden zowel in Nederland maar ook het noorden van West Duitsland gehouden op de zgn “Noord Duitse Laagvlakte” de oefenterreinen Vogelsang, Sennelager, Munster, Bergen Hohne, Frankrijk, La Courtine en België . Bekende internationale NATO oefeningen waren Hold-fast 1952, Grand Repulse 1953, Battle Royal 1954, Big Ferro 1973, Saxon Drive 1978, Atlantic Lion 1983, Free Lion 1988,

REGIMENTSEENHEDEN

In de periode van de Koude oorlog ontstonden en verdwenen eenheden, die tot het regiment behoorden. Ontstonden omdat de KL organisatie na 1950 steeds groter werd en verdwenen eenheden door reorganisaties.

BATALJONS

Zo had het Regiment tot 1964 haar depot in Roermond en Venlo, waar de basisopleiding en specialisten opleiding werd gegeven. De jagers werden in 1952 vervolgens geplaatst bij eerst het 322e Bataljon LJ en later 412e Bataljon LJ, beide in de nieuwe legerplaats Nunspeet gelegerd. In 1953 werd het 432 Bataljon in Oirschot gevormd, dat in 1957 werd omgenummerd tot 16e Bataljon LJ. In dat jaar werd ook het 42e Bataljon opgericht in Ermelo, wat nog altijd het actieve deel van het Regiment vormt in de Ruyter van Steveninck kazerne in Oirschot. Het 16e Bataljon werd in 1975 mobilisabel gesteld en opgelegd in de mobilisatiecomplex op de Legerplaats Oirschot. Het zou in 1989 nog eenmaal schitteren bij de laatste herhalingsoefening Donderslag 19 om daarna geheel te worden opgeheven. Ook door reorganisatie werd in 1987 besloten het 17e Bataljon Regiment Infanterie Chassé over te laten gaan naar het Regiment Limburgse Jagers. Dat zou echter maar vijf jaar duren en werd door een volgende reorganisatie in 1992 overgedragen aan het Garde Regiment Fuseliers Prinses Irene.

ZELFSTANDIGE COMPAGNIEEN

Naast deze eenheden van bataljonsgrootte waren ook eenheden van compagniesgrootte bij het Regiment ingedeeld. Het betrof 101 Militaire Inlichtingen Dienst compagnie uit Apeldoorn, de Demonstratiecompagnie uit Harderwijk, de Stafcompagnieën van het 1e Legerkorps, 1e Divisie 7 december, 13e Pantser(inf) brigade, 41e Pantserbrigade en Infanterieschool. Alsmede voor korte periodes 13e Verkenningscompagnie en 13e Pioniercompagnie, welke beiden opgingen in cavalerie resp genie handen.

Om de inzet van de leden van deze eenheden in de Koude Oorlog te memoreren zijn nabij het regimentsmonument in de legerplaats Oirschot plaquettes op grote Kunradermergelstenen van Limburgse bodem neergelegd.

image description
PLaquette voormalige LJ eenheden Koude oorlog
image description
PLaquette voormalige LJ eenheden Koude oorlog