Een bijzondere missie, die
in eerste instantie het hele 42 Bataljon Limburgse Jagers uit Seedorf naar
Bosnië zou brengen, waar het de UN-posities in Sebrenica en Simin-Han zou
overnemen. De eerste grote vredesmissie van Limburgse Jagers.
doch door de negatieve militaire ontwikkelingen in Sebrenica ontstond een
lange
periode van onzekerheid. Gaan niet gaan. Dit gold niet voor de leden van de A
(Ganzen) Compagnie onder leiding van Majoor Engbersen, die voorbestemd waren
om de
posities in Simin-Han in te nemen. En zo vertrokken in juli 1995 200 Jagers
naar hun missie. Tot 7 november hebben zij in een internationaal zeer verwarde
politiek en militaire situatie hun bijdrage geleverd aan rust en orde in de
zogeheten "Sapna-vinger". Maar bovenal werden zij direct
geconfronteerd met de val van de enclave Sebrenica. Vele vluchtelingen werden
door hen opgevangen, verzorgd,gelegerd en gevoed op de Tuzla-Airbase. De
Jagers van de Compagnie zijn geconfronteerd geworden met de tragedies van een
gewapend conflict, vluchtelingen en ontheemden.
Maar de 'Ganzen' hebben ook zelf het oorlogsgeweld aan den lijve mogen
ervaren, zoals beschietingen. Toch hebben zij met hun sociale patrouilles en
ondersteuning van hulporganisaties veel kunnen betekenen voor de "Sapna-vinger".
Op 24 september 2005 hebben de mannen en vrouwen van de A-Coy een reünie gehad. Ook een delegatie van het website team was hierbij aanwezig.