Home Regiment Reg Commandant

postheadericon Reg Commandant

AddThis Social Bookmark Button

Bataljonscommandant en ook Regimentscommandant Limburgse Jagers.

 

overdr2

Beste Regimentsgenoten,

Hier ben ik dan. Voor velen van u een nieuw gezicht met een nieuwe CV, met waarschijnlijk weer stoere plannen en hoge ambities, voor mij een langgekoesterde droom die uitkomt. Laat ik beginnen mezelf voor te stellen, zodat u weet wie u voor u hebt. Ik ben Marc Jacops, geboren op 23 maart 1963. Ik woon met mijn vrouw Ine en mijn dochter Sofie en zoon Wiel in Helmond. Een fantastisch gezin wat voor mij de basis vormt om in ons uitdagende en mooie bedrijf te werken. Een mooi bedrijf aan de vooravond van waarschijnlijk de moeilijkste periode sinds de val van de Berlijnse Muur in 1989, maar daarover straks meer.

 

mj

 Allereerst iets over mezelf. Zoals gezegd, ik woon met mijn gezin in Helmond, dichtbij familie, wat ik erg belangrijk vind, zeker als je een baan hebt waarbij vrouw en kinderen het dikwijls alleen moeten rooien. De tijd dat ik thuis doorbreng is dan ook vooral gericht op het gezin en de plek waar we wonen, want er is altijd wel wat te rommelen in en om het huis, wat we als gezin delen met een hond, twee poezen en drie kippen. Die laatste overigens niet in huis maar in een kippenhok in de tuin, voordat u zich afvraagt wat voor bende het is daar in Helmond. De tijd die overblijft probeer ik nog wat te sporten wat ik erg leuk vind, maar waar ik helaas weinig tijd voor vind.

Mijn militaire carrière vindt zijn oorsprong bij het Korps Mariniers waar ik in 1982 als zeemilicien (dienstplichtige) opkwam. Als enige van mijn “bak” (opleidingsklas) wilde ik naar Noorwegen, waardoor ik bij de 1e Amfibische Gevechtsgroep geplaatst werd. Kort voor de eerste oefeningen in het kader van de voorbereiding op de koud weer training kreeg ik te horen dat het besluit genomen was om dienstplichtigen niet meer in de gelegenheid te stellen om deze opleiding te volgen. Ik kreeg zelf de keuze hoe het restant van mijn diensttijd in te vullen. Bijna mijn hele lichting was inmiddels op Curaçao geland, maar ik koos voor een “uitzending” naar Aruba. Daar heb ik een fantastische tijd gehad en geleerd wat het is om lang van huis te zijn, uitdagende dingen te doen en een band op te bouwen met collega’s die ervoor zorgt dat je de grootste uitdagingen en tegenslagen het hoofd kunt bieden. Deze “esprit de corps” was en is voor mij een drijfveer om bij de Krijgsmacht en meer specifiek bij de KL en de infanterie te werken.

Het was dan ook een logische stap om na mijn diensttijd in beroepsdienst te treden. Maar ik had ook geleerd dat ik niet in de wieg gelegd was om alleen leiding te ontvangen. Ik besloot om officier te worden en omdat dit op dat moment bij het Korps niet mogelijk was en ik geen zeebenen had, viel de keuze al snel op de Infanterie bij de KL. In 1985 startte ik op het Opleidingscentrum Officieren van Speciale Diensten (OCOSD) op de Seeligkazerne in Breda. Een tweejarige opleiding, praktijkgericht met als doel om snel aan het werk te gaan, dat sprak mij aan. Na het behalen van het officiersdiploma werd ik geplaatst bij 17 Painfbat Limburgse Jagers, waar ik door de toenmalige Bataljonscommandant Luitenant-kolonel Peter Strik ben beëdigd op het vaandel van het Regiment wat ik nu mag commanderen. Zie hier mijn verbondenheid met ons Regiment.

Binnen 17 Painfbat LJ en later GFPI heb ik het gros van mijn functies op cie- en bataljonsniveau doorlopen. Na mijn pelotonscommando ben ik, na een korte tussenstop bij de KMS, plv CC geworden van de Acie. Dat heb ik 7 jaar met plezier gedaan, drie jaar als eerste-luitenant, drie jaar als kapitein in het kader van wat toen heette de “fürhungsverstarkung”, waarna ik voor mijn eerste uitzending naar BiH in het kader van IFOR 3/SFOR 1, nog een jaar heb verlengd. Dat is denk ik ook wel de rode draad door mijn carrière tot nu toe, ik doe vooral dat wat ik leuk vind.

Vervolgens ben ik S2 geworden van hetzelfde bataljon, wat betekende dat ik amper anderhalfjaar na terugkomst van mijn eerste uitzending alweer naar BiH mocht in het kader van de uitzending SFOR 5. Daarna was het tijd om het bataljon even te verlaten. Ik vond een nieuwe uitdaging bij het 1e (DEU/NLD) Legerkorps in Munster, waar ik een baan kreeg binnen de Sectie G3 en me bezig hield met binationale operaties en het commandopost concept van het HQ.

Na ongeveer twee jaar werd ik opgebeld door de toenmalige BC van 17 Painfbat GFPI, de Luitenant-kolonel Willem Verweij, met de vraag of ik geen Commandant Ccie wilde worden. De C- compagnieën van 17- en 42 Painfbat waren in het kader van de oprichting van 44 Painfbat naar Havelte verhuisd en moesten opnieuw worden opgericht. Dat was natuurlijk niet aan dovemansoren gericht. Gelukkig voor mij was het Legerkorps net aan het omvormen en reorganiseren tot High Readiness Forces HQ voor NAVO en binnen deze reorganisatie werd het bureau binationale Operaties opgeheven. Ik kon dus weg, maar moest nog wel even naar de VMV, doe toenmalige “majoorcursus” voor niet KMA-opgeleide officieren. Ook dat werd geregeld en eind 2001 werd ik Commandant Ccie van 17 Painfbat GFPI, ook een geweldig Regiment met een sterke en verbindende traditie. Met deze Cie ben ik voor de derde keer uitgezonden naar BiH, als Commandant op Novi Travnik (SFOR 13). Een fantastisch commando waar ik, na de samenwerking als Plv CC en OPC bij 17-Acie, voor de tweede keer ging samenwerken met onze BA, de Adjudant Marijn Verbaant.

Begin 2003 kreeg ik de kans om na de VMV ook de Stafdienst te volgen. Na overleg met de bataljonscommandant greep ik deze kans en kwam met een aanbeveling van deze cursus. Ik werd geplaatst als Plv Hoofd van de Sectie G3 van 13 Gemechaniseerde Brigade, alweer in Oirschot. In 2006 begon ik aan de Hogere Defensie Vorming en eind 2007 werd ik geplaatst binnen de Defensiestaf bij de Afdeling Thuiskomstverkenningen. Daar werd ik in eind 2008 alweer weggeplukt om als G3 van de Task Force Uruzgan 6 mee te gaan naar Afghanistan. Een fantastische ervaring waar ik indringend kennis heb gemaakt met twee compagnieën van ons Bataljon, namelijk de Alfa-Ganzen (onder Staf 12 Infbat) en de Bravo-Bulldogs (onder Staf 11 Tkbat). Beide compagnieën hebben daar veel indruk op mij gemaakt met de manier waarop ze omgingen met de opdrachten die ze moesten uitvoeren en de gewonden die daarbij vielen. Vooral de wijze waarop de Bcie omging met het verlies van Azdin Chatli was indrukwekkend en liet zien dat deze Limburgse Jagers uit het goede hout gesneden waren. Dat heeft mij doorgedrongen van het feit dat de nabestaanden van onze gesneuvelden, en onze gewonden, ons aller aandacht en zorg verdienen. Dat moeten we samen doen. Tijdens deze missie bleek ik te zijn overgeplaatst en kwam ik weer terug naar Oirschot, nu als Hoofd Sectie G3 van 13 Gemechaniseerde Brigade, de functie van waaruit ik onlangs dit mooie Commando heb mogen aanvaarden.

Zonder op voorhand al te diep in te gaan op hoe ik mijn commando zie, want ik wil eerst het Bataljon en het Regiment goed leren kennen, wil ik er wel iets over kwijt omdat dit commando plaatsvindt in een periode waarin de Krijgsmacht in zwaar weer verkeerd. Reorganisaties als gevolg van veranderingen in de wereld en krimpende budgetten zijn ons niet vreemd. Toch voelt het dit keer echt anders. We voelen op dit moment allemaal wat het betekent om te werken in een bedrijf waarvan het geld bijna op is. Minder of soms geen munitie, weinig oefenen met alle financiële nadelen van dien, maar ook de verminderde inzetbaarheid van ons materieel. Het moge duidelijk zijn dat dit een situatie is die niet op deze manier kan doorgaan. Toch wil ik u allen oproepen niet bij de pakken neer te zitten en samen door deze zure appel heen te bijten. Ik ben ervan overtuigd dat we hier als organisatie sterker uit kunnen komen, met weer perspectief voor de toekomst. Dat betekent dat we de komende twee jaren de tering naar de nering moeten zetten en het moeten doen met sobere oefenprogramma’s op de oefenterreinen en in de omgeving van Oirschot of in ieder geval in Nederland. Dat wil niet zeggen dat we niet kunnen werken aan onze professionaliteit en ons vakmanschap, want als het stof is neergedaald en de politiek weer om 42 BLJ vraagt, moeten we er klaar voor zijn. Laten we daar samen aan werken, immers; “niet beter, wel anders”, een spreuk waar ik even aan moet wennen, maar die juist in deze tijd misschien wel heel toepasselijk is.

 

Lkol MWG Jacops

Bataljons Cmdt 42e PainfBat Limburgse Jagers

Regiments Cmdt  Regiment Limburgse Jagers