Het is half juli en de battlegroup is druk bezig, midden in de transitie fase. Inmiddels zijn de eersten al weer naar huis. Zoals we misschien nog wel weten van de heenreis, de rotatie neemt ongeveer een hele maand in beslag. Als ik dit schrijf is er zelfs al een klein deeltje thuis. Ik heb begrepen dat de ontvangst op Eindhoven Airport weer geweldig was.
Toch concentreren wij ons hier nog even op de normale gang van zaken. Wat dat is zal ik uitleggen. Alle eenheden leveren hun materiaal in bij een eenheid die speciaal daarvoor naar Afghanistan is gekomen, de Re Deployement Task Force (RDTF). Dat is dus wel iets meer werk als gewoon overdragen aan de opvolgers. Elk onderdeel en elk artikel is van te voren gestickerd en wordt met een scanner gecontroleerd voordat het wordt ingenomen. Natuurlijk leidt dat af en toe tot vreemde constateringen, lijsten die niet kloppen, materiaal dat we schijnbaar te veel hebben, enz. Maar gemiddeld is een peloton met een dag gereed met dat inleveren. Natuurlijk moeten ze dan ook nog hun privéspullen inpakken en de verplaatsingsuitrusting gereed maken.
Al met al zijn de pelotons een dag of 4 a 5 bezig met deze werkzaamheden. Daarvoor hebben de pelotons hun kennis proberen over te dragen aan onze opvolgers. Zoals iedereen weet hebben wij Amerikaanse opvolgers. En om het allemaal niet helemaal te gemakkelijk te laten verlopen is er weinig overeenkomst in de eenheid en in de opdracht van 1-2 Styker Cavalry Regiment. Dus helemaal vlekkeloos is dat niet verlopen. Pak daarbij dat de Amerikanen natuurlijk allemaal andere systemen hebben, denk hierbij bijvoorbeeld aan de verbindingen. Dat maakt het vooral voor onze opvolgers er niet makkelijker op. Naast alle logistieke zaken moeten we niet vergeten dat we nog tot 28 juli verantwoordelijk zijn voor het gebied. Dat betekent onder andere dat we nog steeds 2 pelotons van AASLT hebben die actief zijn buiten de poort en daarnaast nog optreden als Quick Reaction Force (QRF). Zij hebben dus nog helemaal geen oren naar onderhoud, inleveren en opruimen. Gelukkig is het wel zo dat bijna iedereen de normale term van de uitzending draait. Dat wil zeggen dat iedereen zo’n beetje 4 maanden en 3 weken van huis is geweest. Dus ook die pelotons die nu nog zo druk zijn buiten de poort komen gewoon mooi op tijd naar huis.
De afgelopen periode zijn we redelijk verschoont gebleven van ernstige gebeurtenissen. Alhoewel we toch een aantal keer behoorlijk geschrokken zijn. Het verkenningspeloton had helaas nog drie gewonden te betreuren, waarvan er gelukkig maar eentje naar huis ging. Met hem gaat het naar omstandigheden goed. Verder hadden we bij de Marinierscompagnie nog een slangenbeet te noteren. In eerste instantie leek het niet zo heel ernstig maar het bleek toch een heel giftig exemplaar, en de betrokken Marinier is er dus wel een behoorlijke tijd zoet mee. Ook de Amerikanen hebben inmiddels kunnen voelen hoe het er hier aan toe gaat, ze hebben tijdens de overdracht al een TIC (troops in contact) mee gemaakt en een IED strike op een van hun eigen voertuigen. Ook voor hen geld dat lessen in de praktijk wel erg hard aankomen. Gelukkig kunnen wij nu aftellen, zodra de eenheden in Kreta landen heb ik in ieder geval een rustig gevoel. Elke eenheid die daar aankomt kan niets meer overkomen, zo denk ik maar. De mannen en vrouwen kunnen op Kreta even genieten en bijkomen van toch wel hectische maanden. Allemaal hebben ze hun eigen verhaal, de meesten heb ik uit hun eigen mond mogen opmaken. Heerlijk om te horen hoe ze genoten hebben van de tijd hier, maar ook toch weer zo snel mogelijk naar huis willen. De meesten zijn in ieder geval een ervaring rijker. Ik zie aan veel gezichten dat ze een stukje ouder geworden zijn, in ieder geval meer levenservaring. Want het is duidelijk niet alleen de militaire skills en drills die ze hier hebben verfijnd. Ook normen en waarden zijn zaken die hier al heel snel duidelijk worden. Ook zaken als innerlijke discipline komen hier erg goed naar voren. Mooi voorbeeld is bijvoorbeeld Camp Hadrian, ik denk niet dat ik ook zo’n schone base gezien heb. En dat is voor het grootste deel een compliment aan de mannen en vrouwen van de battlegroup. Wat dat betreft hebben onze mannen en vrouwen echt een streepje voor, ik vergelijk bijvoorbeeld even met onze Amerikaanse vrienden, die toch een iets andere insteek hebben, en vooral niets opruimen.
Maar het is natuurlijk niet alleen opruimen wat onze mannen en vrouwen goed doen. Ze zijn daarnaast ook nog eens superprofessioneel. Hun optreden mag er echt zijn. En het is toch echt soms niet makkelijk geweest, misschien nog wel moeilijker dan in een echte vechtmissie. Nu moesten ze bij elke stap blijven beseffen dat we hier zijn voor de bevolking, hoe onwerkelijk dat soms ook leek. En dat ze snel kunnen omschakelen van Hearts & Minds naar pure vechtmachines heb ik van dichtbij mogen meemaken. In dit kader is het ook belangrijk om te vermelden dat het erg goed gesteld is met het Junior Leadership. Jonge kaderleden, sergeanten en luitenants die een veelvoud van taken om de oren kregen, en de verantwoordelijkheid over een eenheid die in Nederland meestal voor een kapitein is weggelegt. Ook vermeldenswaard is de rol van de staven (zowel op compagnies als op bataljonsniveau). Het is verbazingwekkend dat er, ondanks vaak ontbrekende essentiële gegevens, vanuit de staven zo’n goed product is afgeleverd. Met name de fysieke scheiding is een lastig iets in deze. Deh Rawod, Tabar en Mirwais liggen nu eenmaal niet om de hoek, om even snel overleg te plegen met het elkaar. Pak daarbij het feit dat we nu eenmaal een samengestelde eenheid zijn, dus hebben we te maken met grote verschillen in cultuur, beleving, opvatting, enz. Dat alles heeft niet in de weg gestaan dat iedereen er altijd helemaal voor ging, voor de volle 100%.
Ik wil dus vanuit mijn positie als bataljonsadjudant iedereen dan ook een heel groot compliment maken. Iedereen hartstikke bedankt en we zien elkaar weer tijdens de Recuperatie Oefening. Daarna staan we allemaal weer met twee voeten op de grond, en kunnen we beginnen aan de volgende klus, in ieder geval gaat door de bezuinigingen ook dat weer een heel apart verhaal worden, want dat gaat ons allemaal treffen.
Voorlopig gaan we hier het netjes afmaken, met een officiële afsluiting op 28 juli waar we de verantwoordelijkheid over het gebied overdragen aan onze Amerikaanse opvolgers. Daarna wordt het ook voor mij tijd om de spullen in te pakken en naar huis te gaan, want dan zit ook voor mij hier de taak er op. En dan kan ik net als de mensen op deze foto ook voor de laatste keer instappen in de Dash, want dat is het begin van de terugreis. Een dagje Kandahar Air Field (KAF) en een dagje Minhad, om vervolgens even te kunnen genieten op Kreta, voordat de echte thuisreis aanvangt. Dan zit het er pas echt op! Met Limburgse Jagers Groet, Uw Regimentsadjudant, Adjudant Marijn Verbaant
|
Tijdens de werkzaamheden van de Nederlandse militairen in de Afghaanse provincie Uruzgan komen zij regelmatig in contact met vooral kinderen. Opvolgend pelotonscommandant Rob (39) uit Venlo beschrijft hoe die kinderen af en toe net circusartiesten zijn.
Het zweet druppelt langzaam langs m'n rug naar beneden. Ik voel dat het under-armourshirt wat ik draag, natter en natter wordt. Het is intussen zo vanzelfsprekend geworden, dat ik me er niet eens meer druk om maak. Af en toe je borstkast opzetten zorgt voor wat ruimte tussen m'n torso en het kogelwerendvest. Daar kan dan een zuchtje wind voor heerlijke verkoeling zorgen. Het is nog vroeg in de ochtend, maar toch doet de koperen ploert aardig z'n best om ons een warm gevoel te geven. Te goed moet ik zeggen. Heel af en toe rolt er ook een druppeltje zweet langs m'n wenkbrauwen en komt in m'n oog terecht. Lekker, zeg. Ondanks de borstels boven m'n ogen, die doen denken aan die van Ruud Lubbers. Toch moet ik me, ondanks de hitte, concentreren op de omgeving voor me. Er is een patrouille van ons te voet het gebied in gegaan. De voertuigen zijn achtergebleven. We hebben ze zo neergezet, dat we vanuit die positie maximaal kunnen steunen, indien nodig. Met de bewapening die we aan boord hebben kunnen we het de vijand zo moeilijk maken, dat ze eigenlijk geen schijn van kans maken.
Tom is met een aantal personen de “green” in. Op zoek naar Maleks om mee te praten. Ik ben met het overige personeel op de “overwatch” om de nodige steun te kunnen verlenen, de omgeving in de gaten te houden en dat door te spelen richting Tom en contact te houden met de base. Natuurlijk doe ik dat niet allemaal alleen. Meestal is de bemanning van het voertuig waar ik in zit ook “de sjaak” en bemanning van achtergelaten voertuigen. Iedereen wil natuurlijk mee de “green” in. Dat is het mooiste. Daar kom je vaak het beste in contact met de bevolking. Maar ook op de overwatch leggen we regelmatig contact met de bevolking. Het zijn meestal de kinderen uit de directe omgeving die dan naar ons toe komen rennen. Als we geluk hebben is er een tolk bij ons, die het gemakkelijk maakt om met ze te praten. Vaak is dat op de overwatch niet het geval. Dan wordt het leuk. Ondertussen ken ik wel wat woorden waarmee ik de meest basale dingen duidelijk kan maken. En wat opvalt is, dat die kleine koters heel snel Nederlands spreken…. Hahaha.. nou ja, een papagaai zou er in ieder geval jaloers op zijn. Het eerste wat ze van Cas te leren krijgen is: “Oude pomp, Hillegom”. Iets wat ze snel onder de knie krijgen. Of “allesj ghoet, in Deh Rawod”. Dat is er een die het al jaren goed doet, denk ik. Het levert hilarische gesprekken op. Als ze merken dat je wat woordjes Pashto spreekt, branden ze meteen los. Niet snappende, dat je er geen snars van verstaat. Maar de taal van handen en voeten is universeel en kom je een heel eind mee. En soms hoeft het niet eens dat je elkaar verstaat.
Daar gaat ons ego...
“Sergeant, moet je eens kijken wat deze kan…”. Het zijn soms net circusartiesten. Cas heeft contact gelegd met twee schaapsherdertjes. De jochies zijn amper acht en hoeden wel twintig schapen. Ineens, uit het niets, staan ze naast ons voertuig. Als een van de schapen te ver van de kudde is, pakt de jongste een steen op en gooit, zonder blikken of blozen, de steen op zo'n veertig meter afstand precies voor het schaap. We zijn allemaal even stil… (tuurlijk niet, maar het was wel indrukwekkend) Cas en ik kijken elkaar even aan en voelen allebei op hetzelfde moment de competitiedrang in ons opborrelen. “Uh, dat was wel heel erg ver, hè?” Even slaat de twijfel bij me toe. Het zal toch niet zo zijn, dat een jongetje van acht ons even “te kakken gaat zetten”? Vol goede moed raap ik een steen op en gooi hem met alle macht het voorterrein in. Tot mijn grote schrik….. haal ik het maar amper. Je zou het zelfs ter discussie kunnen stellen of ik niet verloren zou hebben. Ik zie een grote grijns op Cas's gezicht verschijnen. Het is zijn beurt. Met een ferme zwaai slingert hij het kleinood van zich af….. De spanning stijgt…. Hahahaha.. ook hij haalt het maar net. Het jochie heeft door waar wij op uit zijn, pakt nog even een steen en gooit heel nonchalant even een paar meter verder dan wij net gedaan hebben. “KRAK!!!”, daar gaat ons ego. We troosten elkaar met de gedachte, dat dit jongetje al z'n hele leven stenen gooit en wij net vers uit Nederland zijn overkomen waaien en daardoor minder ervaren zijn. Het tweede mannetje komt zich er ook even mee bemoeien en gooit eveneens zonder blikken of blozen even ver als z'n “collega”. Lekker, effe zout in de wonden strooien. En bedankt! Het was toch al duidelijk? Ahum… het was al erg, maar de vernedering is nog veel groter als blijkt dat dit jochie last heeft van z'n rechterhand en dus eigenlijk met z'n mindere hand bezig was. We zijn met stomheid geslagen. Om snel van onderwerp te veranderen en daarmee ons verlies te camoufleren (camoufleren is per slot van rekening iets waar militairen wel goed in zijn.. ) begin ik over de hand van het tweede jongetje. “Barkiri?”(pijn?) vraag ik op m'n beste Pashto. Hij knikt instemmend. Om op mijn beurt indruk op hem te maken, stel ik hem wat medische vragen, ter controle van eventueel functieverlies. Het lijkt op een fikse kneuzing van z'n middenhandsbeentjes. Voor zover als ik het natuurlijk kan beoordelen. Tijd voor Dokter Len! Len onze steun en toeverlaat staat een eindje verderop. Met handen en voeten maak ik duidelijk dat hij naar hem toe moet gaan om het daar nog eens goed te laten beoordelen. Het lukt. Hij snapt het en neemt z'n “collega” en de twintig schapen mee. Twintig minuten later duikt het duo weer voor ons op, met netjes een hand en pols ingezwachteld. Geweldig! De jochies zijn enthousiast.
Een aantal dagen later kom ik hem weer tegen, de jongen met de ingezwachtelde hand. Nu is hij alleen, zonder z'n “collega” maar wel met de schapen. Eerst herken ik ‘em niet, maar al snel schiet het bij me binnen. Hij gebaart me om naar hem toe te komen. We staan namelijk achter een soort van prikkeldraad. Als ik bij hem ben geeft hij me een soort komkommer. “Dehramannana” (hartelijk dank) en ik neem de komkommer aan. Waarschijnlijk geeft hij me nu z'n lunch. Het is de Afghaanse gastvrijheid. Al is het het laatste wat je hebt, je geeft je gasten altijd iets te eten of drinken. Eigenlijk voel ik me bezwaard. Normaal gesproken geven we niets van eten of drinken aan de lokale bevolking. Het voorkomt dat ze onze patrouilles bestoken met bedelen en eventueel kinderen onder de voertuigen zouden kunnen raken als we voorbij rijden. Zie het net als veel carnavalsverenigingen doen met de optocht. Een beetje Limburgse tradities in Afghanistan. Ahum… Maar ik krijg het niet over m'n hart, dat ik nu waarschijnlijk z'n lunch heb. Hup, voor deze ene keer dan. Al teruglopend naar m'n bak (voertuig) vraag ik Cas of hij me een flesje water wil pakken voor het jongetje. Tegelijkertijd, als ik bij de bak ben, haal ik wat crackers uit een rantsoen. Verrast en glunderend neemt het jochie het aan. Eenmaal terug op m'n positie gebaren we nog wat naar elkaar. Hij vindt het lekker. De glimlach is niet van z'n gezicht te krijgen…..
Kinderen zijn belangrijk
Op sommige locaties komen we wat vaker. Het is dan leuk om te zien, dat de kinderen je gaan herkenen en andersom. Je zou bijna zeggen dat het een soort band schept. In mijn ogen zijn die kinderen heel belangrijk. Ten eerste zijn kinderen vaak de onschuld zelve. Groeien met iets op en weten eigenlijk niet beter. Zij kunnen niets aan de situatie in hun omgeving doen. Daarnaast weet ik zelf nog wel goed, toen ik zo jong was, hoe interessant het was toen er militairen de Maas overstaken met YPR'n (onze pantservoertuigen). Geweldig, ik mocht eens een keer naar binnen kijken. Nooit meer vergeten. Zo zullen deze knaapjes dat waarschijnlijk ook wel beleven. Naast dat sentimentele is er ook iets functioneels. Als er geen kinderen op ons af komen, betekent dat meestal dat er iets niet in de haak is. Vaak is het een teken, dat ze van hun ouders niet met ons mogen omgaan. En dat kan om verschillende redenen zijn. Ze zijn ook een ingang voor ons richting hun ouders. Als ze met leuke verhalen thuiskomen en vertellen over de grappige en leuke dingen die ze met ons meemaken is dat weer een positief verhaal over ISAF in een Afghaanse quala. Maar boven alles staat, dat het gewoon leuk is om met die kinderen grappige taferelen te bouwen. De jongens uit ons peloton zijn daar heel creatief in. Het maakt het zweet over m'n rug, voor mij in ieder geval, meer dan goed…..
Deh Rawood, 18 juni 2010
Herdenking Timo Smeehuizen / Jos Leunissen / Luc Janzen.
Welkom aan Com TF-U + Civrep + C-Kmarns.
Gisteravond heb ik nog de eer gehad om aanwezig te mogen zijn bij de uitreiking van de NATO medaille in DRW.
Een medaille waarop een zeer toepasselijke tekst staat.
IN SERVICE OF PEACE AND FREEDOM maar ook in het Frans :
AU SERVICE DE LA PAIX ET DE LA LIBERTE.
Oftwel IN DIENST VAN VREDE EN VRIJHEID.
Toepasselijke mooie woorden die zeker recht doen aan de inspanning van iedereen. Voor een verloren kameraad of voor een thuisfront dat verder moet zonder een geliefde, is het echter een schrale troost.
Het zijn wel de woorden die zeer toepasselijk zijn voor onze missie. Een goede missie die echter niet zonder risico’s is. Iets waarvan wij helaas te vaak getuige zijn geweest en misschien nog wel gaan worden.
De risico’s bestaan maar voor een deel uit het harde klimaat en de zware omgeving. Hier zijn we meestal wel tegen opgewassen. Veel moeilijker zijn de risico’s die gevormd worden door een tegenstander die ongrijpbaar lijkt. Een tegenstander zonder naam en zonder gezicht die de bevolking onderdrukt.
Drie jaar geleden is 42 BLJ – Regiment Limburgse Jagers, versterkt met de Ccie van het 13e Infbat - Regiment Stoottroepen Prins Bernhard, ook ingezet in Uruzgan. De omstandigheden van toen zijn maar heel beperkt te vergelijken met de omstandigheden van nu. Op dit moment ligt het zwaartepunt bij Development en Governance. Toendertijd lag het zwaartepunt echt bij Security. De naamloze risico’s zijn echter gebleven. Voor een deel anders van aard of omvang maar nog steeds aanwezig.
Op 15 juni 2007 is Timo Smeehuijzen gesneuveld bij een zelfmoordaanslag in TK. Een aanslag gepleegd door een naamloos iemand. Een aanslag die ook het leven kostte aan negen Afghanen waaronder zeven kinderen. Een aanslag die een einde maakte aan het leven van een jonge Limburgse Jager die hier in AFG een betere toekomst wilde brengen. Zijn ouders hebben zijn werk proberen voort te zetten omdat zelfs de dood van Timo iets goeds voor hun moest opleveren. Het resultaat is te zien in Shah Mansoor in de vorm van een meisjesschool waarvan onlangs de opening is geweest. De school draagt de naam van Timo. Ook in TK blijft hij dus zichtbaar bijdragen aan de toekomst. Met de woorden van zijn vader: Timo had onze actie mooi gevonden.
Drie jaar geleden was ook het moment dat het in Chora “er op of er onder” was. Ccie 13 moest vol aan de bak. Na weken van opbouwende spanning en gevechten werd er al drie dagen op leven en dood gevochten tegen een numeriek veel grotere vijand. Iedereen moest bijspringen, Sm Jos Leunissen door te steunen bij het 81 mm mortier.
Na bijtrekken van andere ehdn van 42 BLJ en de ANA, ANP werd de tegenaanval ingezet. Resultaat: Chora is behouden maar wel tegen een hoge prijs in de vorm van in het strijdgewoel gesneuvelde burgers. Maar ook een prijs die Jos Leunissen heet. Tijdens de slag om Chora is hij op de ochtend van de 18e juni gesneuveld door de ontploffing van een mortier. Gesneuveld om zijn maten te steunen, om een tegenstander zonder gezicht af te weren, voor een betere toekomst.
Ik wil graag de toenmalige Pelotonscommandant van Timo Smeehuijzen, de Kapitein xxxxx, en de toenmalige Plaatsvervangend Compagniescommandant van C-13, de
Kapitein xxxxx, uitnodigen om een krans te leggen ter nagedachtenis.
Maj Wijn, wilt u de ehd de houding laten aannemen.
=========================================================
In de afgelopen jaren is er veel veranderd. Chora is bijv. een gebied dat zich echt in de goede richting heeft ontwikkeld. Maar ook nu is er nog steeds een tegenstander zonder gezicht. Een tegenstander die de bevolking onder druk zet en die eigenlijk alleen maar terug wil naar het verleden. Een tegenstander die vaak kiest voor gebruik van IEDs. De BG kiest ervoor om daar te zijn waar de bevolking is. Gevolg is een bewust risico dat niet altijd is uit te bannen. Jeroen Houweling, Marc Harders en Luc Janzen hebben de hoogste prijs betaald. Jeroen en Marc zijn inmiddels bijgeschreven op dit monument. Een plaats die zij verdienen. Het wordt tijd dat dit ook voor Luc gaat gelden zodat alle voorbijgangers kunnen stilstaan bij hun offer.
Ik wil graag namens alle leden van deze missie en zeker namens de TF-U de Sgt xxxxx, oud-groepscommandant van Luc Janzen, uitnodigen om de plaquette te onthullen.
Maj Wijn, wilt u de ehd de houding laten aannemen.
=======================================================
Deze missie vraagt veel. Soms misschien wel te veel. Hoe dan ook moeten we tot het eind toe alert blijven. Ongeacht de taak, of het nu ondersteuning is van bijv. PRT of, zoals onlangs in DRW is gebeurd, onder vijanddruk voorwaarts gaan. In die zware taak staan wij gelukkig niet alleen.
Naast het NLD monument is het AUS monument. Binnenkort worden jammer genoeg ook daar weer namen bijgeschreven.
Om met de woorden van Com MTF te spreken, YOUR LOSS IS OUR LOSS oftewel
“Ons verdriet is hun verdriet maar ook hun verdriet is ons verdriet.”.
Comrades in arms.
Ik wil afsluiten met de toepasselijke woorden die op dat monument staan.
They shall not grow old
As we that are left grow old
Age shall not weary them
Nor the years condemn
At the going down of the sun
And in the morning
We will remember them
Lest we forget.
Maj Wijn, wilt u de eregroet laten brengen en 1 minuut stilte in acht laten nemen.
........
Maj Wijn, wilt u Het Wilhelmus ten gehore laten brengen.
.......
Maj Wijn, wilt u de ehd afmelden.
Limburgse Jagers in Uruzgan
De battlegroup is over de helft, en traditioneel is dat op alle bases gevierd. Bijna altijd doen we dat door middel van het doorzagen van de midterm-balk. Gewoonlijk zijn de commandant en de jongste degenen die de balk doorzagen, maar op Kamp Holland is bij afwezigheid van de BC zijn taak overgenomen door de PBC. Ondanks dat de normale patrouillegang natuurlijk gewoon doorgang vind, is inmiddels is de eerste base overgedragen. Het betreft hier base Mirwais waar de C-AirAssault-Compagnie de scepter voerde. De overdracht is dan al wel gedaan, voorlopig blijven we in het Chora district nog steeds actief. Ook zal pas op een latere datum de officiële overdracht plaats vinden. De voorbereidingen voor het overdragen van het gebied en het inleveren van materiaal zijn in volle gang. Hoe dat er precies gaat uitzien is bijna rond. De rotatie order is in de maak. De eerste buitenlandse collegae die het gaan overnemen lopen over Kamp Holland. Maar voordat we allemaal met onze gedachten in Kreta zijn, is het van belang om nog steeds scherp te blijven. En scherp zijn we allemaal natuurlijk.
De samenwerking tussen de bataljonsstaf en de drie verschillende compagnieën, en natuurlijk het verkenningspeloton, verloopt nog altijd prima. Uit eigen waarneming kan ik zeggen dat aan alle kanten de patrouilles goed verlopen. Wel is het zo dat het verschil tussen de verschillende gebieden gewoon groot te noemen is. En komen de verschillende sterke punten van de verschillende eenheden perfect tot hun recht. Zo is het gebied van de Mariniers bij uitstek geschikt voor de voetpatrouilles die ze vanuit Tabar uitvoeren. De Luchtmobielers kunnen uitstekend uit de voeten in hun gebied, waarbij ze zelfs een operatie hebben uitgevoerd met helicopters. En onze eigen Charlie Eagles laten hun veelzijdigheid zien. Zowel bereden, uitgestegen als te voet. Ook hebben ze gedurende langere tijd een observatiepost betrokken boven op een bergrug. De tegenstander was er duidelijk niet van gecharmeerd dat deze observatiepost betrokken was, en zelfs na een behoorlijke poging om ons te verdrijven is de post gebleven. De bevolking heeft duidelijk laten blijken onder de indruk te zijn van onze standvastigheid. Onze verkenners hebben de laatste tijd steeds meer opdrachten, waarbij soms de voorbereidingstijd zeer kort te noemen is. Dan komt hun flexibiliteit en professionaliteit boven drijven, en zien we hoe prima zij hier functioneren.
Inmiddels hebben we als battlegroup, maar ook zeker onze eigen Charlie Eagles, meer dan voldoende meegemaakt. Diverse IED strikes, maar gelukkig nog veel meer “finds”. Ook als het gaat over Troops In Contact (TIC) hebben de Eagles het meer dan genoeg voor de kiezen gehad. Samen met eenheid 0.5 zijn zij de laatste tijd behoorlijk aan de bak geweest. De lijst met aantallen gesneuvelden en gewonden is helaas veel en veel te lang, dus ik spreek echt de hoop uit dat we daar nu een halt aan toe kunnen roepen. Met de gewonden gaat het overigens heel erg goed. Inmiddels zijn de meeste gewonden die in het Militair Hospitaal lagen al ontslagen, en zijn overgebracht naar het Militair Revalidatie Centrum in Doorn. En sommigen zijn zelfs inmiddels al weer thuis, om daar verder te revalideren en te genezen. De laatste gewonde als gevolg van een strike tijdens een voetpatrouille is gelukkig na een kleine operatie gewoon op de base kunnen blijven, en ook zijn herstel gaat erg voorspoedig.
Met Limburgse Jagers Groet, Uw Regimentsadjudant, Adjudant Marijn Verbaant
Daar zijn we weer, terug van achttien lange dagen Coyote. Zoals jullie weten is het erg primitief daar, en veel om te doen is er ook niet. We hebben daar gewoon onze standaard patrouilles gelopen, achttien dagen lang. We zouden ook één keer een R.O.N (rest over night) gaan doen bij een dorpje. Maar doordat de track van mijn YPR pantserrupsvoertuig op de heenweg afbrak, haalden we het niet meer om de overwatch (locatie waar voertuigen in tactische formatie worden gezet, red.) te gaan searchen, onderzoeken op explosieven.
Mijn track (rupsband) was van het spanwiel afgevallen, waardoor we niet meer konden rijden (zie foto). Dus hebben we met meerdere mensen die track moeten breken en daarna weer erop moeten rijden. Dit heeft anderhalf uur geduurd, het zat op dat moment ook echt totaal niet mee! Daarna zijn we omgedraaid en terug na Coyote gegaan. De volgende dag zouden we weer dezelfde actie gaan doen, maar toen stond de medivac (helikopter voor de gewonden) op Black. Dit betekent dat er geen verplaatsingen meer gedaan mogen worden, omdat ze om de een of andere reden niet meer kunnen vliegen. Dus ging deze actie nogmaals niet door. De dag daarna gingen we gelukkig weer terug naar Camp Hadrian in Deg Rawod. Daar had ik me na achttien dagen echt op verheugd! Gewoon lekker lang, in ieder geval langer dan drie minuten douche. En normaal eten in plaats van heel wat dagen rijst eten! Toen we daar aankwamen was (het begint te wennen) mijn YPR weer eens stuk. Deze keer heeft de YPR ongeveer vier dagen lang bij ons herstel-peloton gestaan. Had ik weer..... Na een nieuw motorblok, een nieuwe versnellingbak , zeven nieuwe loopwielen en twee nieuwe tracks, kon ik er weer tegen aan! En dat was te merken.
Lange reis naar Kamp Holland
We zouden een dagje na Tarin Kowt gaan, Kamp Holland. Om daar wat logistieke dingen te regelen, en de Genie tank op te halen. Onderweg hebben we heel veel pech gehad met de voertuigen, behalve de mijne. De heenweg zou je binnen drie tot drieënhalf uur moeten kunnen halen, wij hebben er zeven uur over gedaan! En de YPR hield het gewoon vol, wat een wonder! Daar aangekomen was het te laat om nog terug te rijden, en hebben we met ons hele peloton in de Echo's geslapen, een soort eetzaal. Daags erna zijn we weer terug gereden en alweer hield mijn YPR het vol. Wat was ik blij met ons Herstel peloton! Ik had me best verheugd om een keer naar Kamp Holland te gaan, gewoon om te kijken hoe het daar zou zijn, maar het viel echt tegen! Ik ben echt blij dat ik op kamp Hadrian zit. Dit is gewoon een klein kamp, waar je bijna iedereen kent. Het is opgeruimd, en ziet er verzorgd en netjes uit. Wat daar gewoon precies het tegenovergestelde is! Het is best groot, ziet er niet echt opgeruimd uit, en er lopen zoveel mensen rond, dat je waarschijnlijk de helft nog niet eens kent! Dus ook nu, was ik weer blij dat ik op Hadrian was!
Heimwee
Ondertussen begin ik wel langzaam de kleine dingen van thuis te missen. Gewoon, dat je in je auto kan stappen, en gaan en staan waar je wilt. De vrijheid die je thuis hebt, heb je hier gewoon niet. Dat wist ik natuurlijk wel van tevoren, maar nu kom ik er pas echt achter. De paarden mis is natuurlijk wel! Dat er nu al twee veulentjes geboren zijn die ik alleen op foto's kan zien, is wel minder. Tot slot nog een foto van mijn FAB (slaapcontainer) om een idee te geven hoe dat er ongeveer uitziet. Dit was het weer voor deze keer!
Groetjes, vanuit de warme zandbak!
|
|