- "Nooit vergeten...".
- (Het verhaal van en over Men van de Wetering.)
- (Tekst: Menno v.d. Wetering)
4 Januari 1947 zullen nog wel veel oude sobats van II-6 R.I. zich nog
wel herinneren. Zeker zij van de 3e Compagnie die op de voorpost lagen "Karanganjar" gelegerd waren.
Die dag moest ik rond 14.00 uur de wacht bij het mitrailleursnest op de tjot, lees berg, aflossen. Deze post werd 24 uur bemand.
Tijdens het wisselen kreeg ik van die jongen die ik afloste (ik weet niet meer wie dat is geweest) geen enkel consigne of bijzonderheden door.
Voor mij was, alles wat voor mijn stelling in het voorterrein zat, vijand.
Op het moment toen er vanuit het ravijn geschoten werd, was dat voor mij vijandelijk vuur en dus een beschieting of aanval op ons kamp.
Ik heb dit vuur beantwoord met twee waarschuwingsvuurstoten uit een Vicker mitrailleur richting "vermoedelijke vijand". Kort daarop
kwam iemand naar de stelling gerend en riep me toe: "v.d.Wetering,
niet schieten. Er zijn eigen jongens in het voorterrein op wilde zwijnen jacht!!"
Ik schrok geweldig en mijn enige hoop was dat ik niemand geraakt had, maar deze hoop werd spoedig de bodem ingeslagen, toen ik hoorde dat
ik soldaat Buijs geraakt had en dat hij op weg naar het ziekenhuis was
overleden. Op dat moment wist ik dat ik dit mijn hele verdere leven als een last zou meedragen, ook al trof ik hier geen schuld aan, maar had
wel de trekker overgehaald.
Ik was aanwezig bij de begrafenis van Buijs en daarna ben ik ondervraagd. De
officier, die mij ondervraagd heeft, vertelde mij dat ik mijn plicht had
gedaan, want ik kon niet weten dat het eigen troepen waren in het voorterrein. Mijn verzoek om toch hier een zaak voor de
krijgsraad van te maken, werd mij sterk afgeraden. De legerleiding zou dan moeten doorgeven dat soldaat
Buijs door eigen vuur om het leven was gekomen en de nabestaanden zouden minder pensioen uitkering
krijgen. Dit wilde ik niet op mijn geweten hebben en omdat de legerleiding vertelde dat zij contact zouden onderhouden met de familie
Buijs, heb ik de zaak laten rusten.
- Ik kreeg een week verlof in Semarang
om mijn emoties te verwerken en verder is er over het geval Buijs nooit neen nooit meer gesproken.
- Ik moet er ook bij zeggen, dat ik tijdens
mijn verdere verblijf in Ned.Indië hier geen enkele nadelige militaire gevolgen van heb ondervonden. Ik heb mijn onderscheidingen
gekregen. Na het vertrek van II-6 R.I. ben ik overgestapt naar 3 M.P. IV en werd daar nog bevorderd tot korporaal. Bij terugkeer in 1950
heeft mij het ongeluk met Buijs nooit losgelaten.
- Zeker na mijn pensionering kreeg ik moeilijkheden en zocht hulp en ben in therapie
gegaan in Centrum '45 te Oegstgeest en daarna de nazorg bij de B.N.M.O. te Doorn.
Terwijl ik vroeger door hetgeen wat mij overkomen was erg gesloten was, werd ik nu opener en durfde er over te praten. Ik kreeg toen ook
meer behoefte om met de nabestaanden van familie Buijs te praten.
Door kortzichtige onwetendheid over de juiste toedracht van het voorval, ben ik toentertijd ernstig benadeeld voor een bestuursfunctie in
een veteranenorganisatie, wat mij tot op de dag vandaag nog zeer doet.
Steeds weer kwam de wens om met Familie Buijs te kunnen spreken weer boven, maar om deze stap te nemen,
dat was zeer moeilijk. Mede door gesprekken met sobats en ik er van overtuigd was, dat defensie of
legerleiding contact met familie Buijs had gehad en van de familie ook geen enkele toenadering kwam, nam ik aan dat het contact met familie
absoluut niet op prijs werd gesteld en het beter was het te laten rusten,
hoewel de wens wel bleef bestaan.
Uiteindelijk werd het mij alsnog mogelijk gemaakt, via Marianne de Jong en Jan Verdonschot, na zorgvuldig voorcontact,
om de familie Buijs op 10 April 2003, 56 jaar na datum van het gebeuren, toch te kunnen
ontmoeten.
In het Café van Herman Buijs vond een emotionele, maar ook hartelijke ontmoeting plaats en ik merkte al spoedig dat er van haatgevoelens
jegens mij geen sprake was. Ik heb mijn verhaal verteld zoals het toen gebeurd was. Voor mij betekende dit een hele opluchting, ik mag wel zeggen een bevrijding. De jaren dat ik nu nog te leven heb zullen beslist
aangenamer zijn, ten opzichte van het gebeurde van toen, als die 56 jaren daarvoor.!!!!!
Men van de Wetering
